Wat is de 2/3-regel voor banken?
In de kern van het financiële toezicht in Nederland ligt een cruciale, maar voor het grote publiek vaak onzichtbare, regel die de stabiliteit van uw bankgarantie bewaakt. Dit is de zogenaamde 2/3-regel, een formele beperking op de beloning van bestuurders bij banken die onder de garantie van de Nederlandse staat vallen. De regel is geen vrijblijvend advies, maar een wettelijk vereiste die is vastgelegd in de Wet op het financieel toezicht (Wft).
Het primaire doel van deze maatregel is even helder als essentieel: het voorkomen van excessieve risico's die kunnen voortkomen uit een ongeremde beloningscultuur. Wanneer bonussen en variabele beloningen een te groot deel van het inkomen uitmaken, kan dit de verkeerde prikkels geven om op korte termijn gevaarlijk hoge winsten na te jagen, ten koste van de lange termijn soliditeit van de bank. De 2/3-regel dient als een dam tegen dergelijk gedrag.
Concreet stelt de regel dat de variabele beloning van een bankbestuurder (zoals bonussen) niet meer mag bedragen dan 20% van zijn of haar vaste beloning. Omdat dit percentage wordt berekend over het vaste deel, komt dit in de praktijk neer op een verhouding waarbij de variabele beloning maximaal een derde is van het totale beloningsplafond. Vandaar de naam '2/3-regel': het vaste deel (minimaal 2/3) weegt altijd zwaarder dan het variabele deel (maximaal 1/3). Deze strikte begrenzing moet ervoor zorgen dat het inkomen van bestuurders voornamelijk gebaseerd is op vaste salarissen, en dus minder afhankelijk is van kortetermijnprestaties.
Hoe berekent een bank de 2/3 van de executiewaarde?
De berekening begint bij de vaststelling van de executiewaarde van de woning. Dit is het bedrag dat de bank verwacht te realiseren bij een gedwongen verkoop binnen een redelijke termijn, meestal twaalf maanden. Een taxateur stelt deze waarde officieel vast.
Vervolgens past de bank de zogenaamde 2/3-regel toe. Dit is een interne risicobeperkende norm. De bank vermenigvuldigt de executiewaarde met 2 en deelt de uitkomst door 3. In formulevorm: (Executiewaarde x 2) / 3.
Een concreet voorbeeld: bij een executiewaarde van € 300.000 is de berekening (300.000 x 2) / 3 = € 200.000. Dit resultaat, € 200.000, vormt in dit geval de maximale leenbasis voor de hypotheek volgens deze regel.
Het doel van deze berekening is het creëren van een buffer. De bank anticipeert op mogelijke marktschommelingen of een lagere opbrengst bij een gedwongen verkoop. Zelfs als de woning onder de executiewaarde wordt verkocht, blijft de uitstaande hypotheekschuld naar verwachting gedekt door de verkoopopbrengst.
Belangrijk om te weten is dat de 2/3-regel een richtlijn is, geen wet. Banken hanteren soms een soepelere norm, zoals 100% van de executiewaarde, vooral voor energiezuinige woningen. De uiteindelijke maximale hypotheek hangt ook af van uw inkomen en andere financiële verplichtingen.
Wat betekent deze regel voor je maximale hypotheekbedrag?
De 2/3-regel heeft een directe en beperkende invloed op het bedrag dat je van de bank kunt lenen. Je maximale hypotheek wordt niet louter bepaald door je inkomen en de rentestand, maar ook door de waarde van de onderpand: het huis.
Concreet betekent de regel dat de bank slechts tot twee derde (circa 66,7%) van de executiewaarde van de woning als zekerheid zal accepteren voor de "gewone" of "risicovolle" lening. Het deel van je hypotheek dat boven deze 2/3-grens uitkomt, wordt gezien als het bovenste, meer risicovolle segment. Voor dit segment gelden strengere voorwaarden.
Stel, de executiewaarde van een huis is €300.000. Volgens de 2/3-regel is de grens voor de kernhypotheek: €300.000 x 2/3 = €200.000. Wil je toch een hogere totale hypotheek? Dat kan, maar de lening wordt dan opgesplitst:
Segment 1: De eerste €200.000. Dit is het "goede" onderpand voor de bank, vaak tegen een scherpere rente.
Segment 2: Het bedrag tussen €200.000 en de totale lening (bijvoorbeeld €250.000). Dit tweede segment van €50.000 is voor de bank minder goed gedekt. Om dit extra risico af te dekken, eist de bank hiervoor meestal een aanzienlijk hogere rente en/of aanvullende zekerheden, zoals een extra hypotheek op andere goederen (bv. een beleggingsportefeuille) of een borgstelling.
Het gevolg is dat het voor jou als koper minder aantrekkelijk wordt om tot aan de volledige waarde van het huis te lenen. De regel remt dus de maximale leencapaciteit af en moedigt aan tot een grotere eigen inbreng. Je maximale hypotheekbedrag in de praktijk wordt hierdoor vaak lager dan wat je op basis van enkel je inkomen zou kunnen lenen, tenzij je bereid bent aanzienlijk hogere kosten te dragen voor het risicovolle deel.
Wanneer pas je de 2/3-regel toe bij een taxatierapport?
De 2/3-regel is een cruciale toets die wordt uitgevoerd in specifieke fasen van het taxatieproces. De toepassing is niet vrijblijvend en volgt strikte voorwaarden.
Je past de 2/3-regel uitsluitend toe in de volgende twee situaties:
- Bij de aankoop van een bestaande woning met een hypotheek. De regel is niet van toepassing bij nieuwbouw, herbouw of bij een hypotheek zonder aankoop (bijvoorbeeld voor een verbouwing).
- Wanneer de taxatiewaarde hoger is dan de aankoopprijs. Als de taxateur concludeert dat de woning meer waard is dan de koopprijs, moet de 2/3-regel worden geactiveerd.
Het toepassingsproces verloopt als volgt:
- De taxateur berekent eerst de waarde van de woning volgens de gebruikelijke methoden (meestal de vergelijkingsmethode).
- Vervolgens wordt deze getaxeerde waarde vergeleken met de werkelijke aankoopprijs uit de koopovereenkomst.
- Alleen als: Taxatiewaarde > Aankoopprijs, gaat de volgende stap in.
- De taxateur past de regel toe door twee derde van het verschil bij de aankoopprijs op te tellen. De formule is: Te hanteren waarde = Aankoopprijs + (2/3 * (Taxatiewaarde - Aankoopprijs)).
- Deze uitkomst, de "te hanteren waarde", is de maximale waarde die de bank mag gebruiken voor haar zekerheid. De hypothecaire financiering wordt hierop gebaseerd, niet op de volledige taxatiewaarde.
Belangrijk om te benadrukken:
- Als de aankoopprijs gelijk is aan of hoger dan de taxatiewaarde, wordt de regel niet toegepast. De lagere aankoopprijs (of de taxatiewaarde zelf) is dan leidend.
- De regel dient primair om het risico voor de bank te beperken en marktverstoring tegen te gaan. Het beschermt tegen een situatie waarin een koper te veel zou kunnen lenen op basis van een mogelijk opgeblazen taxatie.
- Het taxatierapport moet de volledige berekening en toepassing van de 2/3-regel duidelijk documenteren en motiveren.
Hoe beïnvloedt de regel je onderhandeling bij aankoop?
De 2/3-regel beperkt de financiering van een bank tot maximaal twee derde van de taxatiewaarde of de aankoopprijs, afhankelijk van welke het laagst is. Dit heeft een directe en krachtige impact op je onderhandelingspositie.
Je onderhandelt niet langer alleen met de verkoper, maar ook met deze financieringsgrens. Een vraagprijs die ver boven de gangbare taxatiewaarde ligt, wordt een groot obstakel. De bank baseert haar lening namelijk op de taxatie, niet op de overeengekomen prijs. Als je bijvoorbeeld een huis koopt voor €300.000, maar de taxatiewaarde is €270.000, dan leent de bank maximaal 2/3 van €270.000 (€180.000). Jij moet dan niet €100.000 eigen geld inbrengen (33%), maar €120.000 (40%). Dit verplicht je tot een hardere onderhandeling over de verkoopprijs om de kloof tussen prijs en taxatie te dichten.
Je onderhandelingsmacht neemt toe als je over aanzienlijk eigen vermogen beschikt. Je kunt dan een hoger bod doen zonder de regel te schenden, wat je aantrekkelijk maakt voor verkopers. Omgekeerd verzwakt een krappe eigen inbreng je positie; je bent gedwongen om strakker bij de verwachte taxatiewaarde te blijven of moet afhaken.
De regel maakt de voorbehoud van financiering in het koopcontract cruciaal. Dit voorbehoud moet specifiek bescherming bieden tegen het scenario waarin de banklening lager uitvalt door de 2/3-regel. Zonder dit clause loop je het risico je waarborg te verliezen als de transactie hierdoor strandt.
Uiteindelijk verschuift het onderhandelingsdoel: naast een gunstige aankoopprijs, streef je naar een prijs die realistisch en verdedigbaar is voor de taxateur. Een te hoog bedrag afdwingen werkt contraproductief, omdat je daarmee je eigen financieringsvoorwaarden verslechtert.
Veelgestelde vragen:
Wat is de 2/3-regel voor banken in simpele woorden?
De 2/3-regel is een maatregel van de Nederlandse overheid om klanten te beschermen als hun bank failliet gaat. De regel zegt dat maximaal twee derde (ongeveer 66%) van het geld op een betaal- of spaarrekening onder een bepaalde garantie valt. Dit geldt alleen voor rekeningen met een saldo boven de 100.000 euro. Het eerste deel, tot 100.000 euro, wordt volledig gedekt door het depositogarantiestelsel (DGS). Voor het bedrag daarboven geldt de 2/3-regel. Stel, je hebt 400.000 euro op je rekening. De eerste 100.000 euro is volledig veilig. Van de overige 300.000 euro is slechts twee derde (200.000 euro) beschermd. In totaal zou je dan 300.000 euro terugkrijgen bij een bankfaillissement.
Hoe werkt deze regel precies bij een gezamenlijke rekening?
Bij een gezamenlijke rekening wordt het saldo verdeeld over elke rekeninghouder voor de toepassing van de garanties. Iedere persoon heeft recht op de volledige dekking van het depositogarantiestelsel tot 100.000 euro per bank. De 2/3-regel gaat pas in als het deel van een individuele rekeninghouder boven die 100.000 euro uitkomt. Een voorbeeld: op een rekening op naam van twee personen staat 500.000 euro. Ieder wordt geacht voor de helft eigenaar te zijn, dus 250.000 euro per persoon. Voor elke persoon is de eerste 100.000 euro volledig gedekt. Voor het restant van 150.000 euro per persoon geldt de 2/3-regel. Per persoon is dus 100.000 euro + (2/3 * 150.000 euro = 100.000 euro) = 200.000 euro beschermd. Samen is op de rekening dus 400.000 euro van de 500.000 euro gedekt.
Is mijn geld bij een buitenlandse bank ook onderhevig aan deze Nederlandse regel?
Nee, de Nederlandse 2/3-regel is alleen van toepassing op banken die onder het toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) vallen en die deelnemen aan het Nederlandse depositogarantiestelsel. Heb je een rekening bij een bank in bijvoorbeeld Duitsland of België, dan val je onder het garantiestelsel van dat land. Elk land in de Europese Unie heeft een eigen depositogarantiestelsel met een minimale dekking van 100.000 euro per persoon per bank, maar de specifieke regels voor bedragen daarboven kunnen verschillen. De Nederlandse 2/3-regel is een nationale keuze. Het is verstandig om bij je buitenlandse bank te informeren naar hun specifieke regels voor depositobescherming.
Waarom bestaat deze regel? Het lijkt mij onlogisch om niet alles boven de 100.000 euro te garanderen.
De reden voor deze regel is tweeledig. Ten eerste moet het depositogarantiestelsel betaalbaar blijven voor de banken die eraan deelnemen. Een onbeperkte garantie voor alle bedragen zou de kosten voor banken, en uiteindelijk voor klanten, sterk kunnen verhogen. Ten tweede wil de overheid grote spaarders een prikkel geven om na te denken over risicospreiding. Het doel is niet om onbeperkte bescherming te bieden, maar om een basisveiligheid voor de meeste spaarders te garanderen en systeemrisico's te beperken. De 100.000 euro-dekking beschermt het overgrote deel van de rekeninghouders volledig. Voor vermogenden is het advies om geld over meerdere banken te verdelen of andere beleggingsvormen te overwegen, wat de financiële stabiliteit ten goede komt.
