fbpx

Wat is de oude naam voor linoleum

Wat is de oude naam voor linoleum

Wat is de oude naam voor linoleum?



In de wereld van vloerbedekking is linoleum een begrip, bekend om zijn duurzaamheid en kenmerkende geur. Maar dit veelzijdige materiaal, gemaakt van geliniseerde lijnolie, hars, kalksteen, houtmeel en pigment op een juten drager, droeg bij zijn uitvinding een andere, meer beschrijvende naam. De geschiedenis van deze vinding voert ons terug naar het Engeland van de 19e eeuw.



De uitvinder, Frederick Walton, patenteerde zijn ontdekking in 1863. Hij observeerde hoe een laagje lijnolie-verf op een blikje oxideerde en tot een flexibele film vormde. Dit proces, dat hij "linoxyn" noemde, vormde de basis voor zijn nieuwe vloerbedekking. Walton combineerde dit linoxyn met andere natuurlijke grondstoffen en noemde het eindproduct, logischerwijs, naar zijn belangrijkste bestanddelen: linum (Latijn voor lijnzaad) en oleum (Latijn voor olie).



Toch was "linoleum" niet de eerste commerciële naam. Walton's eerste poging om de markt te veroveren, onder de naam "Kampticon", was geen succes. Deze merknaam, mogelijk afgeleid van het Griekse woord voor buigen, sloeg niet aan. Het was de wetenschappelijke en beschrijvende term "Linoleum" zelf die uiteindelijk bleef hangen, niet alleen als merknaam maar als de algemene benaming voor het product. De oude naam "Kampticon" raakte volledig in de vergetelheid.



De oorsprong: het patent van Frederick Walton in 1863



De oorsprong: het patent van Frederick Walton in 1863



Het materiaal dat wij vandaag als linoleum kennen, dankt zijn bestaan aan een specifiek moment van vindingrijkheid. De Britse uitvinder Frederick Walton loste in 1863 een praktisch probleem op en legde daarmee de basis voor een revolutie in vloerbedekking. Hij observeerde hoe een laag geoxideerde lijnolie op het deksel van een verfblik een taai, elastisch vel vormde. Dit fenomeen, bekend als 'skin formation', bracht hem op het idee om dit proces op industriële schaal na te bootsen.



Walton's geniale stap was het combineren van geoxideerde lijnolie met hars, kurkstof, houtmeel en pigmenten op een ondergrond van geweven jute. Het resulterende product was duurzaam, veerkrachtig en relatief eenvoudig te produceren. Op 27 januari 1863 verkreeg hij het Britse patent nummer 209 voor "Improvements in the Manufacture of Floor Cloth", de formele geboorteakte van het nieuwe materiaal.



De naamgeving volgde pas later. Walton verwees aanvankelijk naar zijn uitvinding met de technische beschrijving uit het patent. De bekende merknaam 'Linoleum' – een samentrekking van het Latijnse 'linum' (lijnzaad/vlas) en 'oleum' (olie) – introduceerde hij in 1864 om zijn product te onderscheiden van de bestaande kamgaren vloerbedekkingen. Het patent van 1863 beschermde dus de uitvinding van het materiaal zelf, nog voordat het zijn uiteindelijke en nu historische naam kreeg.



De samenstelling: lijnolie, hars en kurk op jute



De samenstelling: lijnolie, hars en kurk op jute



Het oorspronkelijke linoleum, ofwel kamptulicon, verkreeg zijn unieke eigenschappen door een specifieke en natuurlijke samenstelling. De basis werd gevormd door geoxideerde lijnolie, ook wel linoxyn genoemd. Dit product ontstaat door lijnzaadolie langdurig bloot te stellen aan zuurstof, waardoor het polymeriseert tot een taai, rubberachtig materiaal.



Aan dit linoxyn werd hars toegevoegd als bindmiddel en natuurlijke gemalen kurk als vulstof. De kurkdeeltjes zorgen voor de karakteristieke veerkracht, demping en een deel van de isolerende werking. Dit mengsel werd in meerdere lagen op een stevige ondergrond van juteweefsel gesmeerd en in ovens gedroogd.



Het jute fungeerde als dragende structuur, waardoor de vloerbedekking sterk en dimensionaal stabiel werd. De gebruikte grondstoffen waren allemaal hernieuwbaar, wat het product al in de 19e eeuw bijzonder duurzaam maakte. Deze combinatie van lijnolie, hars, kurk en jute definieerde decennialang de identiteit en kwaliteit van echte linoleumvloeren.



Hoe 'Kamptulican' de eerste naam werd



De uitvinding die wij nu als linoleum kennen, werd in 1860 gepatenteerd door de Brit Frederick Walton. Hij zocht naar een goedkope en duurzame vloerbedekking als alternatief voor het dure Indiase rubber (kamptulicon). Zijn innovatie gebruikte geoxideerde lijnolie als bindmiddel, gemengd met kurkpoeder en hars op een juten doek.



Walton moest zijn product echter nog een pakkende naam geven. Zijn keuze werd sterk beïnvloed door het bestaande kamptulicon:





  • Kamptulicon was een populaire maar kostbare vloerbedekking, gemaakt van gutta-percha en kurk.


  • Walton's vinding was technisch anders, maar diende hetzelfde doel.


  • Om te profiteren van de bekendheid van kamptulicon, koos hij aanvankelijk voor de naam Kamptulicon.




Deze naam bleek echter problematisch. Het leidde tot verwarring en juridische conflicten, omdat zijn product niet hetzelfde was. Walton realiseerde zich dat een unieke, descriptieve naam essentieel was.



Hij combineerde daarom de twee belangrijkste grondstoffen van zijn eigen uitvinding tot een geheel nieuwe term:





  1. Linum: het Latijnse woord voor lijnzaad, de bron van lijnolie.


  2. Oleum: het Latijnse woord voor olie.




Zo werd Linoleum geboren. De korte periode waarin het 'Kamptulicon' werd genoemd, markeert daarmee het prille begin en de snelle evolutie van een van 's werelds bekendste vloermaterialen.



Waarom de naam veranderde naar 'Linoleum'



De oorspronkelijke naam voor deze vloerbedekking was 'Kamptulicon'. Dit materiaal werd gemaakt van gemalen kurk, gutta-percha (een soort rubber) en andere componenten. De naam 'Kamptulicon' was echter niet praktisch en beschreef de essentie van het product niet goed. Het was moeilijk uit te spreken en te onthouden voor het grote publiek.



De echte doorbraak en naamsverandering kwamen met de uitvinding van Frederick Walton in 1860. Hij ontwikkelde een superieur procedé op basis van geoxideerde lijnolie (linoxyn) als bindmiddel, gemengd met kurkpoeder, hars en pigmenten op een juten doek. Walton zocht een nieuwe, duidelijke naam die de belangrijkste grondstof direct benadrukte.



Hij combineerde het Latijnse woord voor lijnolie, 'linum oleum', tot één woord: 'Linoleum'. Deze nieuwe naam was logisch, eenvoudig en direct beschrijvend. Het maakte meteen duidelijk dat lijnolie het kernbestanddeel was, in tegenstelling tot de minder duurzame gutta-percha in Kamptulicon.



Omdat Waltons versie superieur was in duurzaamheid, productie en designmogelijkheden, verdrong het al snel het oudere Kamptulicon. De handelsnaam 'Linoleum' werd zo synoniem voor het product zelf. De naamswijziging was dus een direct gevolg van een revolutionaire technische verbetering, die een nieuwe, accurate identiteit vereiste.



Veelgestelde vragen:



Ik heb een heel oud huis en onder een recente vloerbedekking vond ik een zeil met een bijzonder patroon. Mijn grootmoeder noemde het altijd "kamergoed". Is dit de oude naam voor linoleum?



Ja, dat klopt. "Kamergoed" was inderdaad een veelgebruikte, algemene benaming voor vloerzeil in Nederland, vooral in de eerste helft van de 20e eeuw. Het was een verzamelnaam voor zowel linoleum als voor goedkopere alternatieven zoals oliezeil. Linoleum zelf, uitgevonden door Frederick Walton in 1863, was de hoogwaardige variant binnen deze categorie. De naam "linoleum" is afgeleid van de Latijnse woorden *linum* (vlas) en *oleum* (olie), verwijzend naar de belangrijkste grondstoffen: lijnolie en vlasliners. Toen het product populair werd, ging men in de volksmond echter vaak alle soorten glad, rolbaar vloermateriaal "kamergoed" noemen. Uw grootmoeder gebruikte dus de correcte historische term voor het materiaal zoals dat in veel Nederlandse huizen werd gelegd.



Bij het opruimen van een oude werkplaats kwam ik rollen "cork carpet" tegen. Is dit een voorloper van het linoleum dat wij kennen?



U heeft een interessante vondst gedaan. "Cork carpet" (kurktapijt) was niet direct een voorloper, maar eerder een concurrent en een verwant product uit dezelfde periode. Het werd vanaf het midden van de 19e eeuw geproduceerd, ongeveer gelijktijdig met de ontwikkeling van linoleum. Waar linoleum een mengsel gebruikt van lijnolie, hars, kurkstof en pigment op een juten drager, bestaat "cork carpet" voornamelijk uit samengeperste kurkkorrels op een ondergrond. Het was een duurzaam en redelijk veerkrachtig vloermateriaal, maar het had niet dezelfde veelzijdigheid in kleur en patroon als linoleum. Beide producten waren innovatieve antwoorden op de vraag naar hygiënische, onderhoudsvriendelijke vloeren. De term "cork carpet" raakte later in onbruik, terwijl "linoleum" de overkoepelende naam bleef voor dit type vloerbedekking.

Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen