fbpx

Wat zijn een paar leuke weetjes over Gerrit Rietveld

Wat zijn een paar leuke weetjes over Gerrit Rietveld

Wat zijn een paar leuke weetjes over Gerrit Rietveld?



Gerrit Rietveld is een icoon van de Nederlandse vormgeving en architectuur, een naam die onlosmakelijk verbonden is met De Stijl. Terwijl zijn Rood-blauwe stoel en het Rietveld Schröderhuis wereldberoemde symbolen van moderniteit zijn geworden, gaat er achter deze meesterwerken een fascinerend verhaal schuil vol onverwachte wendingen en praktische vindingrijkheid.



Veel mensen realiseren zich niet dat Rietveld zijn carrière begon als meubelmaker in de werkplaats van zijn vader. Deze ambachtelijke achtergrond was cruciaal; zijn revolutionaire ontwerpen waren niet zomaar theoretische concepten, maar werden geboren uit een diepgaand begrip van hout, verbindingen en constructie. Zijn vroege meubels waren vaak uitgevoerd in onbewerkt eikenhout, een bewuste keuze die zowel eerlijkheid naar het materiaal als betaalbaarheid uitstraalde.



Een van de meest verrassende weetjes is dat het baanbrekende Rietveld Schröderhuis in feite een ‘totaalkunstwerk’ op maat was, ontworpen voor een specifieke, onafhankelijke cliënt: Truus Schröder-Schräder. Haar radicale ideeën over flexibel wonen waren minstens zo invloedrijk als die van Rietveld zelf. Het huis, nu UNESCO-werelderfgoed, was met zijn transformabele ruimtes en primaire kleuren een manifest voor een nieuwe, dynamische levensstijl.



Hoe een eenvoudige stoel de kunstwereld schokte



De Rood-blauwe stoel van Gerrit Rietveld uit 1918 is een van de meest radicale objecten in de designgeschiedenis. Het was geen meubelstuk in de traditionele zin, maar een driedimensionale verklaring. Rietveld ontwierp hem niet vanuit comfort of ambachtelijkheid, maar als een manifest voor een nieuwe, abstracte ruimtelijkheid.



De schok zat in de ontmanteling van de stoel tot zijn fundamentele elementen: rechte latten, vlakke panelen en duidelijke verbindingen. Elk onderdeel bleef visueel onafhankelijk, alsof een tekening in de ruimte was geplaatst. Dit principe van 'losse delen' daagde het hele idee van massief, gesloten meubilair uit.



De oorspronkelijke stoel was in onbehandeld hout. De nu iconische kleurtoepassing – rood voor de eindvlakken, blauw voor de leun- en zitoppervlakken en zwart voor de latten – kwam pas in 1923. Deze primaire kleuren benadrukten de abstracte compositie verder en verbonden de stoel direct met de kunstbeweging De Stijl, waar Rietveld bij aansloot.



De impact was enorm. De stoel werd een sculptuur voor het dagelijks leven. Hij bewees dat functionaliteit en hoog abstractie konden samengaan. Het was een blauwdruk voor een nieuwe wereld, waarin architectuur, meubels en kunst één geheel zouden vormen. Zo werd een eenvoudige zitmeubel het symbool van een artistieke revolutie.



Waarom zijn de kleuren rood, geel en blauw zo belangrijk in zijn werk?



Waarom zijn de kleuren rood, geel en blauw zo belangrijk in zijn werk?



De primaire kleuren rood, geel en blauw, vaak gecombineerd met zwart, wit en grijs, vormen de essentie van Rietvelds kleurgebruik. Dit was geen louter esthetische keuze, maar een radicale artistieke en filosofische stellingname.



Deze kleuren zijn fundamenteel in zijn streven naar een nieuwe, objectieve vormgeving:





  • Zuiverheid en Universaliteit: Rood, geel en blauw zijn de basiskleuren waaruit alle andere kleuren kunnen worden gemengd. Voor Rietveld en De Stijl stonden ze symbool voor zuiverheid, essentie en een universele beeldtaal die voor iedereen begrijpelijk zou zijn.


  • Bevrijding van de Vorm: Door kleurvlakken op specifieke onderdelen van zijn meubels en gebouwen aan te brengen, 'brak' Rietveld de massiviteit van het object. Een rode zijkant en een blauwe bovenkant laten de individuele onderdelen zelfstandig lijken, waardoor ruimte en vorm worden gedematerialiseerd.


  • Ruimtelijke Dynamiek: De kleuren helpen om delen van een object naar voren (warm rood/geel) of naar achteren (koel blauw) te laten komen. Dit creëert een spannend, dynamisch evenwicht en versterkt het idee dat zijn ontwerpen ruimtelijke constructies zijn, niet massieve blokken.




Het iconische Rood-blauwe stoel uit 1918 is het perfecte voorbeeld. De lattenstructuur is zwart, de zitvlakken zijn blauw, de rugleuning is rood en de uiteinden van de latten zijn geel. Hierdoor wordt elke functionele en constructieve component visueel geaccentueerd en losgemaakt van het geheel.



Dit principe paste hij later ook toe in architectuur, zoals bij het Rietveld Schröderhuis (1924). De kleuren markeren draaiende panelen, balken en vlakken, waardoor de revolutionaire, flexibele ruimte en de losse compositie van vlakken in de ruimte worden benadrukt.



Wat heeft een speelgoedbeest met zijn beroemdste gebouw te maken?



Wat heeft een speelgoedbeest met zijn beroemdste gebouw te maken?



Het verband is verrassend direct: de beroemde Rood-blauwe stoel en het Rietveld Schröderhuis delen niet alleen een revolutionaire esthetiek, maar ook een fundamentele bouwprincipes. Deze principes ontwikkelde Rietveld eerder in een ogenschijnlijk bescheiden object: de 'Giraf' houten speelgoedbeest.



Rietveld ontwierp dit speelgoed rond 1930 voor zijn kinderen. Het is geen massief blok hout, maar een samenstelling van losse, onbewerkte latten en plankjes die in elkaar worden geklikt. Precies dit principe van losse, elkaar kruisende elementen die een driedimensionale structuur vormen, is de kern van zowel de stoel als het huis.



Bij het Rietveld Schröderhuis (1924) paste hij dit op architectonische schaal toe. De gevels lijken niet uit massieve muren te bestaan, maar uit vlakken, lijnen en kleurvlakken (rood, geel, blauw, zwart, wit) die elkaar in de ruimte lijken te kruisen. Net als bij de Giraf en de stoel worden de constructie-elementen expressief in het zicht gelaten en vormen ze het wezenlijke ontwerp.



Het speelgoedbeest functioneert dus als een heldere, speelse demonstratie van De Stijl-principes. Het laat zien hoe Rietveld abstracte ideeën over ruimte, constructie en vorm los van traditionele massiviteit kon vertalen naar objecten van elke schaal, van een kinder-speelgoedbeest tot een iconisch woonhuis.



Hoe veranderde een fietsenmaker de Nederlandse architectuur?



Gerrit Rietveld begon zijn carrière niet op een tekentafel, maar in de werkplaats van zijn vader. Zijn vroege jaren als leerling- en later meester-fabrikant van fietsen legden een unieke basis. Hier ontwikkelde hij een diep, praktisch gevoel voor materiaal, constructie en functionaliteit. Deze hands-on mentaliteit zou de kern worden van zijn revolutionaire benadering van ontwerp.



Zijn meest iconische werk, de Rood-blauwe stoel uit 1918, is eigenlijk driedimensionale architectuur. De stoel demonteert een meubel tot zijn essentie: losse vlakken en latten die de ruimte omlijsten in plaats van deze te vullen. Dit principe van openheid en eerlijkheid in constructie vertaalde hij rechtstreeks naar gebouwen. Het was een radicale breuk met de zware, decoratieve traditie.



De stap van meubel naar gebouw werd definitief gezet met het Rietveld Schröderhuis in 1924. Dit huis is een 'bewoonbare stoel'. Rietveld paste zijn fabrieksmatige esthetiek toe: primaire kleuren, asymmetrie, en vlakken die elkaar lijken te snijden. Het revolutionaire interieur, met zijn veranderbare wanden, maakte een vaste indeling overbodig en gaf de bewoner ongekende vrijheid. Het was de eerste volledige manifestatie van De Stijl-architectuur.



Rietvelds invloed reikte verder dan één stroming. Zijn latere werk, zoals het Van Gogh Museum (postuum voltooid), toont een sobere, bijna brutalistische betonarchitectuur. Toch blijft de kern hetzelfde: eerlijkheid in materiaalgebruik en een heldere, functionele ruimtelijke ordening. Hij bewees dat een ontwerper zonder formele architectenopleiding, gevoed door ambachtelijk vakmanschap, de regels kon herschrijven. Zijn erfenis is niet één stijl, maar een fundamentele houding: dat vorm, constructie en functie onlosmakelijk verbonden zijn, en dat ruimte moet bevrijden in plaats van beperken.



Veelgestelde vragen:



Was de Rood-blauwe stoel eigenlijk bedoeld om op te zitten?



Dat is een interessante vraag. De Rood-blauwe stoel (1918) was in de eerste plaats een ontwerpverklaring. Rietveld wilde met deze stoel de principes van De Stijl – het gebruik van primaire kleuren, zwart, wit en grijs, en de ontbinding van volume in vlakken en lijnen – in drie dimensies vertalen. Het was een 'beeld' van een stoel, een kunstwerk. Hoewel hij functioneel is, was comfort niet het hoofddoel. De latere versie uit 1923, met de kenmerkende felrode leuning en blauwe zitting, werd wel degelijk ook gebruikt. Rietveld zelf had er een paar in zijn atelier staan voor bezoekers. Het is dus zowel een zitmeubel als een driedimensionaal schilderij.



Heeft Rietveld zelf ooit in het Rietveld Schröderhuis gewoond?



Nee, Gerrit Rietveld heeft er nooit permanent gewoond. Het huis werd in 1924 in opdracht van Truus Schröder-Schräder gebouwd. Zij woonde er met haar drie kinderen. Rietveld had zijn atelier en woonde aanvankelijk elders. Hun samenwerking groeide uit tot een levenslange vriendschap en (na het overlijden van zijn vrouw) ook een liefdesrelatie. Vanaf 1958, toen hij weduwnaar werd, bracht hij er wel veel tijd door en sliep hij er regelmatig. Na het overlijden van Truus Schröder in 1985 bleek pas hoe nauw hun band was geweest; ze hadden afgesproken samen gecremeerd te worden, wat ook is gebeurd.



Klopt het dat Rietveld begon als meubelmaker en geen officiële architectenopleiding had?



Ja, dat klopt volledig. Gerrit Rietveld leerde het vak vanaf zijn elfde in de meubelwerkplaats van zijn vader in Utrecht. Hij volgde avondcursussen tekenen en later architectuurtekenen, maar een formele academische opleiding tot architect heeft hij nooit afgerond. Deze achtergrond is goed terug te zien in zijn werk. Zijn ontwerpen, zowel meubels als gebouwen, tonen een enorme aandacht voor ambachtelijkheid, constructie en eerlijk materiaalgebruik. Zijn beroemdste architectonische werk, het Rietveld Schröderhuis, is dan ook te lezen als een meubelstuk op woningformaat, waar elk onderdeel een eigen plek en functie heeft.



Welk klein, minder bekend ontwerp van Rietveld is nog steeds in productie?



Een goed voorbeeld is de 'Beugelstoel' of 'Zigzagstoel' uit 1934. Dit ontwerp is technisch vernuftig. De stoel bestaat uit slechts vier onderdelen van gelamineerd hout, die in een zigzagvorm aan elkaar zijn gelijmd en geschroefd zonder achterpoten. Het is een direct antwoord op de uitdaging om een stabiele zitmeubel te maken zonder traditionele constructie. De stoel wordt al decennia lang door het Nederlandse meubelmerk Cassina in licentie geproduceerd en is daardoor voor veel mensen betaalbaarder en toegankelijker dan zijn beroemde Rood-blauwe stoel. Het toont Rietvelds doorzettingsvermogen om met simpele middelen een complex probleem op te lossen.

Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen