fbpx

Welke stijl komt na art deco

Welke stijl komt na art deco

Welke stijl komt na art deco?



De Art Deco, met haar geometrische vormen, luxueuze materialen en exuberante ornamentiek, domineerde de interieur- en architectuurwereld van de jaren twintig tot halverwege de jaren dertig. Zij belichaamde de optimistische, vooruitstrevende geest van het interbellum. Echter, de economische realiteit van de Grote Depressie en de aanloop naar een nieuwe wereldoorlog maakten een abrupt einde aan deze periode van decoratieve overvloed.



De stijl die hier rechtstreeks op volgde, was een radicale breuk met het decoratieve verleden. Het Modernisme, met als meest invloedrijke vertakking het Functionalisme of de Internationale Stijl, nam het stokje over. Waar Art Deco nog sier was voor de massa, streefde het Modernisme naar eenvoud, functionaliteit en universaliteit. De filosofie "vorm volgt functie" werd leidend, en elke versiering die geen praktisch doel diende, werd beschouwd als overbodig.



Deze nieuwe esthetiek uitte zich in strakke, kubistische volumes, het gebruik van moderne materialen zoals staal, beton en glas, en een nadruk op licht, ruimte en efficiëntie. De meubels werden lichter, abstracter en serieel produceerbaar. De nadruk verschoof van ornament naar de zuiverheid van de vorm en de eerlijkheid van het materiaal. Dit was niet zomaar een nieuwe mode; het was een fundamenteel andere levens- en ontwerpfilosofie die de weg zou effenen voor het naoorlogse tijdperk.



De opkomst van het functionalisme in de jaren '30



De uitbundige decoratie en luxe materialen van de art deco stijl werden in de jaren '30 steeds meer gezien als een anachronisme. In een tijd van economische depressie en groeiende sociale bewustwording ontstond een radicale tegenbeweging: het functionalisme. Deze stroming verwierp ornament als verspilling en stelde dat de vorm van een object volledig zijn functie moest volgen.



Het functionalisme vond zijn oorsprong in de doctrines van het Bauhaus in Duitsland en de ideeën van Le Corbusier in Frankrijk. De leus "vorm volgt functie" werd het centrale credo. Architectuur en design moesten rationeel, democratisch en toegankelijk zijn voor de bredere samenleving. Gebouwen werden ontworpen als "machines om in te leven", met een nadruk op licht, lucht en hygiëne.



In Nederland kreeg het functionalisme voet aan de grond via bewegingen als Het Nieuwe Bouwen. Architecten als Johannes Duiker, Bernard Bijvoet en Gerrit Rietveld ontwierpen strakke, witgepleisterde villa's en flatgebouwen met stalen kozijnen en bandramen. Het materiaalgebruik was eerlijk: beton, staal en glas werden niet verhuld, maar juist gevierd als tekenen van een nieuwe tijd.



Ook in het interieur werd de sier verdrongen door de praktijk. Meubilair werd licht, eenvoudig en gestandaardiseerd. Denk aan de metalen buisstoelen van Mart Stam of de eenvoudige houten kasten van de Stichting Goed Wonen. Het interieur was geen decor meer, maar een efficiënt en gezond leefmilieu. De esthetiek kwam niet uit versierselen, maar uit de heldere verhoudingen en de logische structuur van het ontwerp zelf.



De opkomst van het functionalisme markeerde daarmee een fundamentele breuk met de art deco. Waar art deco vertrok vanuit een decoratief effect, vertrok het functionalisme vanuit een maatschappelijke en utilitaire opgave. Het legde de basis voor het modernisme dat na de Tweede Wereldoorlog zou domineren en veranderde het gezicht van steden en huizen voorgoed.



Kenmerken van het modernisme in architectuur en interieur



Kenmerken van het modernisme in architectuur en interieur



Het modernisme, dat vanaf de jaren 1920 de dominante stroming werd, stelde zich radicaal op tegen de versiering en historische verwijzingen van art deco. De beweging omarmde een nieuwe, functionele esthetiek voor het machinetijdperk.



In de architectuur betekent dit allereerst een eerlijke expressie van structuur en materiaal. Beton, staal en glas worden zichtbaar toegepast, zonder verhullende bekleding. Het principe "vorm volgt functie" is leidend, wat resulteert in heldere, geometrische volumes. Een vliegtuighangar of fabriek is een direct voorbeeld.



Een ander essentieel kenmerk is de vrije indeelbare plattegrond, mogelijk gemaakt door skeletbouw. Dragende muren verdwijnen, waardoor ruimtes flexibel en licht kunnen stromen. Grote raampartijen, vaak in strokenvorm, zorgen voor een maximale verbinding tussen binnen en buiten.



Het interieur sluit hier naadloos op aan. De nadruk ligt op ruimte, licht en functionaliteit. Meubilair is sober, met strakke lijnen en vaak op pootjes geplaatst voor een gevoel van lichtheid. Materialen zijn puur: gelakt hout, chromen staal, leder en glas. Versiering wordt enkel gevonden in de textuur van het materiaal zelf of in een zorgvuldig geplaatst kunstwerk.



Ornament wordt niet enkel vermeden, maar actief verworpen. De beroemde stelling van architect Adolf Loos dat "ornament misdaad is", vat de moderne filosofie perfect samen. Schoonheid moet ontstaan uit de proportie, de details en het praktische nut van het ontwerp, nooit uit toegevoegde versierselen.



Streamline Moderne: industriële vormgeving als directe reactie



Streamline Moderne: industriële vormgeving als directe reactie



De opkomst van de Streamline Moderne in de jaren dertig markeert een radicale, logische evolutie na de decoratieve exuberantie van Art Deco. Waar Art Deco zich vaak richtte op luxe materialen en ornament, ontstond Streamline Moderne als een direct antwoord op de nieuwe economische en technologische realiteiten: de Grote Depressie en het tijdperk van massaproductie en hoge snelheid.



De stijl ontleent haar filosofie en vormtaal rechtstreeks aan de aerodynamica. Ontwerpers lieten zich inspireren door vliegtuigen, snelle treinen en oceaanstomers. Het resultaat was een esthetiek van gebogen vormen, horizontale lijnen en afgeronde hoeken. Elk object, of het nu een gebouw, een stofzuiger of een radio was, moest de suggestie wekken van snelheid, efficiëntie en vooruitgang, zelfs wanneer het stilstond.



Deze benadering was fundamenteel industrieel. Streamline Moderne ging niet over toegevoegde versiering, maar over functioneel vormgeven. De gladde, gestroomlijnde schaal diende vaak om de interne techniek te omhullen en te verenigen. Het was een vorm van consumentenpsychologie; in een tijd van schaarste moest het ontwerp zelf een gevoel van moderniteit en waarde uitstralen, waardoor producten aantrekkelijker werden voor de massa.



Materialen veranderden mee. Geëmailleerd staal, glas en chromen accenten vervingen exotisch hout en ivoor. De kleurpaletten werden lichter: crème, zacht geel, zee-groen en zilvergrijs domineerden, vaak gecombineerd met diep marineblauw of zwart. In de architectuur zie je deze principes terug in gladde gevels, ronde erkers, stalen ramen in banden en dakterrassen zonder balustrades.



Streamline Moderne was dus meer dan een loutere stijlvolle opvolger. Het was de verstoffelijking van een maatschappelijk ideaal, waar efficiëntie, snelheid en betaalbaarheid de nieuwe luxe werden. Het vertaalde de dynamiek van het machine-tijdperk naar alledaagse objecten en toonde aan dat moderne industrieel ontwerp zowel functioneel als emotioneel krachtig kon zijn.



Hoe herken je de overgang in toegepaste kunst?



De overgang van art deco naar de daaropvolgende stromingen, met name het modernisme en het functionalisme, is in toegepaste kunst duidelijk te herkennen aan een fundamentele verschuiving in filosofie en vorm. Waar art deco decoratie, luxe en verticaal gerichte dynamiek omarmde, streefde de nieuwe stijl naar het essentiële, het democratische en het horizontale.



Let op de volgende kenmerkende veranderingen:





  • Van ornament naar functie: Uitbundige geometrische en zonnesymbool-motieven, verchroomde accenten en exotische materialen (zoals schildpad, ivoor en lakwerk) verdwijnen. In de plaats komt een nadruk op de pure, onversierde vorm van het object zelf. Het materiaalgebruik wordt eerlijker: staal, buisvormig metaal, glas en multiplex zijn koning.


  • Van statussymbool naar democratisch object: Art deco was vaak op de elite gericht. De nieuwe stijl wil functionele, betaalbare en serieel geproduceerde objecten voor een breed publiek creëren. Meubilair wordt lichter, eenvoudiger en stapelbaar.


  • Van dynamische lijnen naar pure geometrie: De trapvormen, zonnestralen en hoekige curves van art deco maken plaats voor radicale eenvoud: zuivere cirkels, rechthoeken en rechte lijnen. De vorm volgt strikt de functie, een principe geformuleerd door modernisten als de Bauhaus-school.


  • Van donker naar licht: Het kleurenpalet verschuift. De diepe lakzwart-, goud- en zilvertonen, aangevuld met helder groen of roze, worden vervangen door lichtere, 'objectieve' kleuren: wit, zwart, grijs, beige en primaire accenten (rood, geel, blauw).


  • Van massief naar open: Meubels en objecten verliezen hun massieve, geblokte uitstraling. Ze worden luchtiger door het gebruik van open constructies, zwevende elementen en pootjes die het volume van de grond lichten.




Een praktisch voorbeeld: een art deco radiokast is een zwaar, verticaal meubelstuk met fineer, intarsia en sierlijke louvres. De radio die erna komt, is een horizontale, compacte doos van bakeliet of glanzend metaal, met enkel de nodige knoppen en een lichte, ronde luidspreker. Die transformatie vat de overgang perfect samen.



Veelgestelde vragen:



Wat was de directe opvolger van de art deco-stijl in de architectuur en design?



De stijl die direct na art deco kwam, was het modernisme, met name in de vorm van het functionalisme of het Nieuwe Bouwen. Deze beweging ontstond in de jaren '30 en zette zich sterk af tegen de decoratieve, monumentale en ambachtelijke kenmerken van art deco. Waar art deco vaak weelderig en ornamentaal was, streefde het modernisme naar soberheid, functionaliteit en rationaliteit. Gebouwen kregen strakke, geometrische vormen, witte gevels, platte daken en grote glaspartijen. Het motto "vorm volgt functie" werd leidend. In Nederland zijn de Van Nellefabriek in Rotterdam en de woonwijken van Berlage goede voorbeelden van deze overgang naar een radical nieuwe vormentaal.



Ik zie soms meubels uit de jaren '40 die nog wat ronde vormen hebben, maar niet zo luxe als art deco. Welke stijl is dat?



Dat is hoogstwaarschijnlijk de zogenaamde 'streamline modern' stijl, ook wel 'moderne' genoemd. Deze stijl ontstoon halverwege de jaren '30 en bleef populair tot in de jaren '40. Het is een vroege, meer toegankelijke vertakking van het modernisme. De stijl behield de vooruitgangsgedachte van art deco, maar maakte het minder elitair. Kenmerkend zijn gestroomlijnde, aerodynamische vormen geïnspireerd door snelheid (treinen, schepen, auto's), afgeronde hoeken, en het gebruik van goedkopere materialen zoals gelamineerd hout en chromen buizen. Het was de eerste echt populaire moderne stijl voor de middenklasse. Merken als Gispen in Nederland produceerden zulke meubels.



Kun je uitleggen waarom art deco eigenlijk eindigde en wat de nieuwe stijl daarop liet zien?



Het einde van art deco werd ingegeven door de economische crisis van de jaren '30 (de Grote Depressie) en de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. De weelderige, dure materialen en ambachtelijke productiewijze van art deco waren niet langer passend of betaalbaar in een tijd van soberheid. Daarnaast veranderde het maatschappelijk ideaal: men wilde niet langer verwijzen naar een luxe verleden, maar naar een rationele, egalitaire toekomst. De opvolgende stijl, het modernisme, reflecteerde dat perfect. Het verwierp ornament als 'misdaad' (zoals architect Adolf Loos zei) en koos voor efficiëntie, standaardisatie en nieuwe materialen als staal, beton en glas. Het was niet langer een stijl voor de elite, maar een filosofie voor de massa, gericht op licht, lucht en hygiëne.



Was de overgang van art deco naar modernisme overal ter wereld hetzelfde?



Nee, het verliep niet overal synchroon of identiek. In Frankrijk en de VS duurde art deco langer, tot ver in de jaren '30. In de Sovjet-Unie ontstond een eigen variant van modernisme, het constructivisme, met zeer abstracte, geometrische vormen. In Scandinavië ontwikkelde zich een zachtere overgang: het Scandinavisch functionalisme. Hier bleven natuurlijke materialen en een zekere warmte en ambachtelijkheid behouden, terwijl de vormen wel vereenvoudigden. Denk aan het werk van Alvar Aalto. In nazi-Duitsland en fascistisch Italië werd het modernisme juist verworpen ten faveure van een monumentale, classicistische stijl die macht uitstraalde. De kern van het modernisme was dus overal aanwezig, maar de uitwerking werd sterk beïnvloed door lokale politieke, economische en culturele omstandigheden.

Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen